Veel poep en pies
Onze voorouders waren enorme grapjassen. 'Nederlanders hadden in de 17de eeuw de reputatie een vrolijk volkje te zijn', vertelt historicus Rudolf Dekker, die onderzoek deed naar Nederlandse humor.
 | | Grappen en grollen in de 17e-eeuwse schilderkunst. |
Het is raar maar waar: niet de Engelsen, maar de Nederlanders stonden
ooit bekend om hun geweldige gevoel voor humor. 'Onze humor was tot
over de grenzen berucht. In reisverhalen van buitenlandse schrijvers
wordt gesproken over feestvierende Hollanders, die veel grappen
vertellen', zegt Dekker. 'Iedereen las kluchten- en moppenboeken en
schilders en prentenmakers beeldden veel komische taferelen af. Een
goed voorbeeld daarvan is Jan Steen. Zijn schilderijen staan vol met
poepende en piesende mensen, onordelijke huishoudens, vechtende boeren,
piskijkende doktoren en bordeelscènes. Dat was het soort humor waar men
toen van hield'.
De zeventiende eeuw had ook z'n eigen André van
Duin: de Haagse jurist en losbol Aernout van Overbeke. Dekker: 'Van
Overbeke was een soort cabaretier. Hij werd altijd uitgenodigd op
feesten en partijen, waar hij dan grappen vertelde, liedjes zong of
kleine toneelstukjes speelde. Maar wel altijd onbetaald, dat is het
grootste verschil met nu.'
Van Overbeke
schreef zijn moppen ook op: bijna 2500 in totaal. De meesten gingen
over lichamelijke gebreken, huwelijksproblemen, losbandige meisjes,
domme Duitsers (de Belgen van de toen), slechte dokters of dronken
geestelijken. Dekker: 'In onze ogen maken zijn grappen een
kinderachtige indruk. Zijn humor had een hoog poep en pies gehalte.'
Volgens Dekker raakten de Nederlanders hun gevoel voor humor eind 17e
eeuw weer kwijt. 'De kerk vond lachen des duivels, dominees predikten
tegen lachen. Tegelijkertijd kwamen de etiquetteboeken op die lachen om
lichaamsgebreken als bochels en horrelvoeten verboden en luid lachen
niet netjes vonden.'
We werden van een
lachgraag, een somber volkje. En dat duurde volgens Dekker tot de jaren
zestig van de vorige eeuw. 'Tijdens de bevrijding in 1945 werd
Amerikaanse soldaten nog geadviseerd "geen grappen te maken" bij
Nederlanders, want "daar houden ze niet van".' |